Live Live

Johan Greiner is reddingswerker bij de KNRM

Gepubliceerd: Zondag 09 juni 2019 21:50

Johan Greiner is reddingswerker bij de KNRM

Wanneer ben je begonnen als reddingswerker en wat was de reden?
Vanaf 2000 ben ik werkzaam bij de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM), dit is inmiddels alweer negentien jaar dus. Het is in hetzelfde jaar dat mijn zoon geboren is. Vanaf kleins af aan wilde ik al iets bij de brandweer of politie worden. Een schoolgenoot attendeerde mij op het feit dat de KNRM mensen nodig had. Zelf had ik toen niets met varen, maar bedacht me dat ik wel kon kijken of het iets voor mij was.

Eerst ben ik drie maanden lang, één keer per week op een vaste oefenavond (woensdag), meegelopen met het team. Je krijgt dan uitleg over hoe het werkt, doet mee met oefenen en je vaart mee op de boten. Taken op de oefenavonden zijn trainingen en varen, het onderhouden en schoonmaken van de boten en het boothuis.
Het doel van de drie maanden is om elkaar te leren kennen. Het is namelijk van groter belang dat je in de groep past dan dat je nautisch iets kunt. Je hoeft niet bevriend te zijn met elkaar, maar je moet wel met elkaar overweg kunnen. Je moet op elkaar kunnen bouwen.

Die combinatie van mensen helpen, iets doen voor de maatschappij en met die mooie boten over het IJsselmeer heen varen, dat sprak mij wel aan. Na die drie maanden was ik enthousiast en ben ik blijven hangen. Door de jaren heen is er qua omstandigheden niet zo veel veranderd maar de professionaliteit binnen de KNRM is wel gegroeid.

Hoe groot is het team op het moment en is er sprake van rangen binnen de KNRM?
Varend hebben we 20 mensen. Maar er is ook een plaatselijke commissie en er zijn helpers aan de wal voor onder andere het onderhoud van het gebouw en het terrein. Totaal zijn er 33 vrijwillige mannen en vrouwen.
Er zijn wat kleine onderverdelingen als een schipper, plaatsvervangend schipper, opstappers en aankomend opstappers. De conditie van het materieel, de geoefendheid van de bemanning in de gaten houden en het leidinggeven tijdens een actie is mijn taak als schipper. Wanneer ik er niet ben zijn er vier plaatsvervangers. De opstappers zijn de bemanningsleden. Verder zijn er niet zoveel rangen of standen.

Wat zijn de taken van de teamleden?
Iedereen moet eigenlijk alles kunnen aan boord. Een opstapper moeten kunnen navigeren, communiceren, sturen, achterop de boot kunnen staan om te assisteren en om mensen uit het water te halen. Maar hij moet ook EHBO skills hebben. Je ziet onderling wel dat de één wat beter is in het ene en een ander in wat anders. Als het in een situatie echt spannend wordt, zit iedereen wel op het plekje waarin hij of zij het beste is.

Wat zijn de voorwaarden om mee te mogen draaien?
Vanaf je achttiende tot je vijfenveertigste jaar mag je je aanmelden. Je wordt dan intern opgeleid. Tot vijfenvijftig jaar mag je meevaren. Mensen blijven dit vrijwilligerswerk gemiddeld tien jaar doen. Eén keer per drie jaar moet je een sportkeuring ondergaan. Naarmate je ouder wordt is dat elke twee jaar en uiteindelijk elk jaar. Fitheid is zeer van belang.

Daarnaast moet eenieder de wettelijk verplichte diploma’s behalen als het vaarbewijs deel 1 en 2, een marifooncertificaat, een zwemdiploma hebben en moet iemand een EHBO en EHBO+ cursus hebben gevolgd. Dit laatste houdt in dat wij wat meer handelingen mogen uitvoeren dan degenen die de standaard EHBO gevolgd hebben. Dit heeft direct verband met de omstandigheid dat wij op het water zitten, waar niet binnen korte tijd een ambulance ter beschikking is. Zo zijn wij in staat om levensreddende handelingen te verrichten.
Er zijn gevallen van aanmeldingen van mensen die van de zeevaart komen. Zij hebben dan de meeste diploma’s al binnen. Maar er zijn ook mensen die in het geheel niet nautisch onderlegd zijn, zij moeten alle diploma’s nog gaan behalen. Zoals ik in het verleden. Tijdens het eerste jaar heb ik toen mijn vaarbewijs behaald. Het jaar daarop heb ik mijn EHBO, radarcertificaat en marifooncertificaat gehaald.

Wanneer je uiteindelijk al je papieren hebt behaald ga je een week naar Schotland. Daar zit een opleidingsinstituut voor reddingbootbemanning en offshore. Binnen een week doe je met mensen van andere reddingsstations een afrondende opleiding. Indien je dat goed doorlopen hebt, ben je een volwaardige opstapper. Dit is ook een verplicht onderdeel. Het is zeker geen snoepreisje zoals sommige mensen het nog wel eens zien.
Men heeft overwogen om dit in Nederland te gaan doen in verband met de kosten, maar er is angst dat het ten nadele zou kunnen zijn van de groepsbinding. Dit is en blijft een belangrijk onderdeel in de opleiding, want de samenwerking tussen de bemanningsleden valt en staat met de teamgeest. Indien mensen in de nabijheid van een opleiding wonen, kiezen ze er wellicht eerder voor om thuis te gaan slapen dan te overnachten bij het opleidingsinstituut. De reis naar Schotland wordt gesponsord. In het verleden werd dit bijvoorbeeld door P&O Ferries gedaan. Het verbaast mij telkens weer hoeveel sponsorgeld er uit donaties en uit met name erfenissen bij ons binnenkomt.

Hoe vaak vaar je uit en waarvoor?
Alle medewerkers hebben een alarmontvanger(pieper) waarmee ze opgeroepen kunnen worden door de kustwacht of door de alarmcentrale van de brandweer. Hierop kun je aflezen (indien bekend) om wat voor melding het gaat. Ook staat er op de pieper: ‘ik kom/ik kom niet’, waarmee je kunt aangeven of je wel of niet naar de oproep komt.
Middels een rooster houdt het systeem in de gaten dat er minimaal zes mensen komen opdagen bij een melding. Sommige vrijwilligers hebben de vrijheid van een baas om hier altijd gehoor aan te kunnen geven en anderen komen alleen wanneer zich ernstige situaties voordoen. Een oproep kan zich op alle momenten voordoen, zoals wanneer je op je werk zit of wanneer je aan het eten bent. Maar je kunt ook uit je slaap gewekt worden door de alarmontvanger.

Wij varen vanuit Enkhuizen zo’n 100 tot 115 keer per jaar. En van alle reddingsstations van Nederland, dat zijn er 45, zitten wij in de top 5 van drukste stations. In de winter gebeurt er weinig, dan heb je geen pleziervaart maar alleen de beroepsvaart. We varen in principe voor iedereen. De KNRM verleent hulp aan eenieder die dit wil en die dit nodig heeft. Dit kan zijn van een touwtje in de schroef tot ongevallen aan boord. We varen in het hoogseizoen bijna dagelijks. Vorige week zaterdag zelfs vier keer. Het ging onder meer om een boot aan de grond, motorstoringen (dit komt het meest voor) en een zinkend jacht in het Naviduct. Het is voor ons vaak minder spannend dan voor de mensen die het overkomt.

Door de jaren heen heb ik aardig wat ongevallen meegemaakt. Onder meer werd ik opgeroepen voor reanimaties. Veelal komen wij te laat omdat we eerst van ons huis of het werk moeten komen. Het duurt dus even voor wij ter plekke kunnen zijn. De boot moet met tien minuten varen, maar voor we er zijn ben je twintig minuten verder.
Wanneer een man en vrouw samen gaan varen en er gebeurt iets met de man aan het roer, dan moet de vrouw er in eerste instantie voor zorgen dat zij de boot onder controle krijgt. In de praktijk gebeurt dit vaak niet doordat de vrouw te weinig kennis heeft hoe zij de boot moet besturen. Dan ontstaat er een enorme paniek. Zodra er één iemand van ons aan boord stapt worden de mensen vaak rustig. Als leden van de KNRM zijn wij er voorstanders van dat de mensen hun boot goed kennen, dat geldt dus ook voor de meevarende partner.

Wij varen bovendien uit om te assisteren bij grote acties bij bijvoorbeeld Urk, Stavoren en Hindeloopen. Het is zo’n 20 minuten varen naar Urk en Stavoren. We varen dan met 55 km per uur over het water. Als je dit vergelijkt met snelheid op de weg, dan praat je over 110 km per uur. Dan moet je wel denken aan die snelheid in een stad. In principe kijkt iedereen mee tijdens het varen. Alle ogen observeren de omgeving en de situatie om veilig hard te kunnen varen.

Eén van de twee meest indrukwekkende dingen die ik meegemaakt heb was een situatie waarbij een negenjarige jongen zijn hand verloor. Hij sprong van een charterschip om te gaan zwemmen en bleef met zijn hand hangen. Deze werd er zo afgerukt. Met volwassenen heb ik ook ernstige ongevallen meegemaakt, maar met een kind is het toch anders. Dan word je emotioneel meer geraakt.

De andere situatie was een geval van een persoon die niet gered wilde worden. Het werd voor ons op een gegeven moment te gevaarlijk, toen hebben we de politie erbij gehaald. Deze heeft het individu weten te overmeesteren waarna wij hem uit het water hebben kunnen halen en deze leeft nu nog.
Tegenwoordig hebben wij haast geen ondersteuning meer van de waterpolitie want deze is opgegaan met de verkeers- en spoorwegpolitie in een landelijke organisatie. Dit houdt in dat er nu veel minder wordt gehandhaafd. En dat merk je. Er wordt vaak te hard gevaren, waardoor er ongelukken gebeuren met als gevolg schade.

Waarvan is het overlevingspak gemaakt dat jullie dragen tijdens reddingsacties en hoeveel weegt het?
Het pak is gemaakt van een soort Gore-Tex (water- en winddichte ademende kleding) en weegt tien kilogram. Het is waterdicht, houdt je warm en heeft drijfvermogen door de materialen die erin zitten. Daarom blijf je ook gewoon drijven wanneer het interne redvest (zwemvest) niet is geactiveerd. Het is verder voorzien van handschoenen, veilgheidslaarzen, een noodbaken en een mes.
We hebben ook nog een pak voor in de zomer. Dit betreft dan een werkoverall waarbij we werkschoenen dragen en een los zwemvest. Als wij in de zomer gaan varen moeten sowieso minimaal twee mensen mee die wel het overlevingspak hebben aangetrokken, om indien nodig snel in het water te kunnen gaan.
Mensen verwarren ons nog wel eens met de reddingsbrigade, maar dat zijn de toezichthouders op het strand tot 200 meter uit de kust. Zij zwemmen ook het water in om mensen te redden, dat doen wij niet.

Wie betaalt het gebouw, materiaal en dergelijke en wie doet het onderhoud?
De KNRM heeft er voor gekozen geen subsidies aan te nemen om zoveel mogelijk zelfstandig te kunnen blijven werken zonder opgelegde regeltjes vanuit de overheid. Maar wij vervullen wel een voor de overheid verplichte taak. De overheid is verplicht om een organisatie als de KNRM op zee te hebben. Zij betaalt hier niet aan mee. Het onderhoud van het station en de boten is duur. Veel kunnen en doen wij zelf om kosten te besparen. Waar wij niet op bezuinigen is op oefeningen en uitrusting voor de bemanning.

De boten gaan wanneer nodig voor groot onderhoud. Dit gebeurt bij een bedrijf in Hoorn dat dit soort boten ook zelf bouwt. Eén van onze vrijwilligers werkt in deze branche en dat is handig, want hij weet precies hoe de boot in elkaar zit. Verder hebben we nog bouwvakkers als vrijwilliger en zelf ben ik scheepstimmerman. Een interne verbouwing hebben wij als vrijwilligers zelf gedaan. Via sponsoring kwamen we gedeeltelijk aan hout.

Andere beroepen die vrijwilligers hebben zijn havenmeester, tandarts, leerling verpleegkundige, loodgieter en sleepboot kapitein. Dit is goed voor aan boord, want deze diversiteit brengt verschillende inzichten met zich mee waardoor we tot creatieve oplossingen kunnen komen.

Is er behoefte aan nieuwe leden en waar kunnen zij zich aanmelden?
De bezetting is wat krap op het moment en met name voor overdag. Onlangs zijn er wel drie nieuwe jongens aan hun drie maanden proeftijd begonnen. Maar het is lastig om aan mensen te komen die in Enkhuizen wonen en werken.
Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via de website: www.knrm.nl maar ook kunnen zij hier op de oefendag langskomen om een aanmeldingsformulier op te halen.

Het KNRM reddingsstation Enkhuizen heeft ook een eigen website: https://www.knrm.nl/reddingstations/enkhuizen

De rechten van de foto's liggen bij de KNRM.

Jet Rood

Deel deze pagina:

WEEFF - redactie@weeff.nl - Realisatie website: HPU Internet Services